François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1763-4-27

From Fina Wiki


François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1763-4-27
FINA IDUnique ID of the page  8694
InstitutionName of Institution. The Hague, Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum
InventoryInventory number. Archief van Damme 401, f° 32-33
AuthorAuthor of the document. François Hemsterhuis
RecipientRecipient of the correspondence. Pieter van Damme
Correspondence dateDate when the correspondence was written: day - month - year . April 27, 1763
PlacePlace of publication of the book, composition of the document or institution. The Hague 52° 4' 29.82" N, 4° 16' 10.85" E
Associated personsNames of Persons who are mentioned in the annotation. Erasmus Frölich, Abraham Michelet d'Ennery, Jan Hendrik van Wassenaer Obdam, Jacob de Wilde
LiteratureReference to literature. Frölich 17581, Sluis 2017, lettre 12/22, p. 32-332
KeywordNumismatic Keywords  coin price, coin cabinet (acquisitions), tokens, greek, sicily, index
LanguageLanguage of the correspondence Dutch
LinkLink to external information, e.g. Wikpedia https://www.rug.nl/library/heritage/hemsterhuis/brieven
Map
Loading map...
Grand documentOriginal passage from the "Grand document".

-Lettre du 27 avril 1763 (de Den Haag) : « Wel eedle Heer en waarde Vriend. Gistren aevond te huis komende vonde Uwe missive. De brenger derzelve die ik niet kenne en zig niet genoemt heeft is tot nog toe niet bij mij geweest. Dog zo dra zig vertoont zal ik hem volgens Uwe ordre de f 82-16- betalen. Ik hebbe het tegenswoordig zeer druk en te zeer om Uwe de defecten van de Bossuit te melden, of liever dezelve op te zoeken, alsmede om thans de Elzeviers uit te zoeken die hier en te Leiden verstrooit zijn. Wat het boek van Froëlich belangt volgen de verzeekering saturdag van mijn boekver kooper ontfangen is het zelve tegenwoordig op rijze. Dog Uwe kan zig verzekert houden van mijn exemplaer indien hetzelve al niet mogt te krijgen zijn. Uwe zal mij ten uitersten verpligten indien zij mij aanstaande saturdag morgen tot Leiden wilde verzorgen de steedepenningen van d’Henneri, vermits ik als dan tijt zal hebben mij daar in te diverteeren. Hoe staat het met het Iter Siculum? Tot nog toe hebbe het cabinet van de Graaf van Wassenaer niet gezien. En dewijl ik altoos zeer wel bij de Heeren van dat huis ben geweest, geeft het mij een zeer kwaad vermoeden van die collectie het welk ook door particuliere berigten zeer bekragtigt werd. Uwe schrijft mij nietweg van de Griexe Index der penningen van De Wilde of schoon ik haare gedagten op dezelve gevraagt hadde. Uwe kan dezelve op haar gemak zulks willende doen copieeren, dog zo Uwe dezelve mogte amplieeren hebbe ik eenig regt op die ampliatie. Hebbe de eer te zijn, wel edle Heer en waarde Vriend, Uwes ootmoedige en gehoorzaame dienaer. Hemsterhuis » (Den Haag, Museum Meermanno, Archief van Damme, 401 / 32-33; Sluis 2017, lettre 12/22, p. 32-33).

References

  1. ^  Frölich Erasmus. 1758. Notitia elementaris numismatum antiquorum illorum quae urbium liberarum regum et principum ac personarum illustrium appellantur. Vienna: von Trattner.
  2. ^  Sluis, Jacob van (2017), François Hemsterhuis. Briefwisseling met overige correspondenten. Hemsterhusiana, volume 12, Groningen