François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1767-4-22

From Fina Wiki


François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1767-4-22
FINA IDUnique ID of the page  8701
InstitutionName of Institution. The Hague, Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum
InventoryInventory number. Archief van Damme 401, f° 38-39
AuthorAuthor of the document. François Hemsterhuis
RecipientRecipient of the correspondence. Pieter van Damme
Correspondence dateDate when the correspondence was written: day - month - year . April 22, 1767
PlacePlace of publication of the book, composition of the document or institution. The Hague 52° 4' 29.82" N, 4° 16' 10.85" E
Associated personsNames of Persons who are mentioned in the annotation. Jean Neaulme, Pieter de la Court
LiteratureReference to literature. Sluis 2017, lettre 12/35, p. 46-471
KeywordNumismatic Keywords  greek, seleucids, antiochus, duplicates, apollo, iasos, caria, collection sale
LanguageLanguage of the correspondence Dutch
LinkLink to external information, e.g. Wikpedia https://www.rug.nl/library/heritage/hemsterhuis/brieven
Map
Loading map...
Grand documentOriginal passage from the "Grand document".

-Lettre du 22 avril 1767 (de Den Haag) : « Wel eedle Heer, Ik hebbe ter zijner tijt de penningen van Antiochus wel ontfangen en vinde dezelve zeer wel van conditie, dog Uwe zal zig herinneren dat de afspraak mede bragt van twee doubletten van Kooningen. Ik twijffle zeer of Uwe wel zo raar een penning als de Smintheus voor twee doubletten, welke ze ook zijn mogen, zoude afstaan. Hoe het ook zij, wij zullen die zaak wel vereffenen en ten Uwen genoege want de waare reeden dat van de Smintheus ben afgestapt is geweest om een einde te maken van een onaangename breuk in onze vriendschap die meer veroirsaakt is door kwaadaardighijt van anderen als door wezentlijke zaken. Ik denk in het einde van deze of van de volgende week tot Amsteldam te komen en zal dan met een Heer of twee de eer hebben Uwe te bezoeken in hoop dat Uwe ons een gedeelte haarder penningschat zal gelieven te vertoonen. Ik zal mede brengen een goud en zilver penningje met IΑΣΩ daar gaarne Uwe gedagten over zoude verneemen. Ik ben Uwe zeer verpligt voor het koopen der boeken op de auctie van Neaulme dog het is mij leed dat ik Uwe niet kan bezorgen de dubbelde van de Tamerlan vermits ik dezelve niet gekocht hebbe voor mij, maar in commissie voor de Heer Walrave praedicant te Warmond die daarvan niet kan afstaan zo hij zegt vermits het een ook in commissie is. Weet Uwe ook waar de penningen van La Court van Leijden, tot Amsteldam gebleeven zijn? Hebbe de eer volmaaktelijk te zijn, wel eedle Heer, Uwes ootmoedige en gehoorzame dienaer. Hemsterhuis. s’ Hage, 22 april 1767. Zal Uwe het fransch comedie boekje daar de Antiochus in gekomen is bij gelegenhijt te rug bezorgen. (Den Haag, Museum Meermanno, Archief van Damme, 401 / 38-39 ; Sluis 2017, lettre 12/35, p. 46-47).

References

  1. ^  Sluis, Jacob van (2017), François Hemsterhuis. Briefwisseling met overige correspondenten. Hemsterhusiana, volume 12, Groningen