François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1780-3-12

From Fina Wiki


François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1780-3-12
FINA IDUnique ID of the page  8731
InstitutionName of Institution. The Hague, Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum
InventoryInventory number. Archief van Damme 401, f° 69
AuthorAuthor of the document. François Hemsterhuis
RecipientRecipient of the correspondence. Pieter van Damme
Correspondence dateDate when the correspondence was written: day - month - year . March 12, 1780
PlacePlace of publication of the book, composition of the document or institution. The Hague 52° 4' 29.82" N, 4° 16' 10.85" E
Associated personsNames of Persons who are mentioned in the annotation. Gisbert Cuper, Jacob de Wilde
LiteratureReference to literature. Cuper 17431, Sluis 2017, lettre 12/103, p. 135-1362
KeywordNumismatic Keywords  roman, galla placidia, greek, egypt, ptolemies, arsinoe, coin price, correspondence, philip ii of macedonia, exchange, medallions
LanguageLanguage of the correspondence Dutch
LinkLink to external information, e.g. Wikpedia https://www.rug.nl/library/heritage/hemsterhuis/brieven
Map
Loading map...
Grand documentOriginal passage from the "Grand document".

-Lettre sans date (c. 12 mars 1780) (de Den Haag) : « Wel eedle Heer en Vriend, Hebbe Uwes pressante missiven wel ontfangen en ben verwondert dat Uwe zo veel werks schijnt te maken van de Galla Placidia het welk maar een Roomsch medaillon is, en zulks nog maar voor het Laage Rijk, zo als Uwe geliefd te zeggen. Voor mij ik denk daar anders over, en schat dit medaillon zonder vergelijking raarder en van meerder waarde dan de Arsinae en ΑΔΕΛΦΩΝ ΔΗΜΩΝ te samen; en indien dit medaillon zig op een publicque verkooping vertoont had, zoude ik verpligt geweest zijn hetzelve tot 100 halve rijders in te kopen voor het Cabinet, alwaar het eigentlijk zoude behooren. Dog hoe het zij, en om een afkomst van zaken te maken dient deze om Uwe kennis te geven dat ik eindelijk het medaillon in volkomen eigendom hebbe gekreegen, en dat hetzelve thans naast mij op mijn tafel en onder mijn oog legt. Ik zoude van die penning niet gesprooken hebben indien ik niet bij deze gelegenhijt mijne geschreeven brieven van Cuper had moeten inzien, waar van Uwe mij een uitgescheurt blad heeft toegezonden vrij slegt geconditioneerd. En ik hoop dat de ovrige bladen als mede de Index van De Wilde in beter staat, en het laatste haast gecopieert moge zijn. Dog vermits ik van die penning aan Uwe mentie heb gemaakt en wat voorbaarig eene offerte gedaan, zal ik dezelve als nog gestand doen, en ik zal binnen den tijt van zes dagen verwagten de ΑΡΕΙΝΟΗ, ΑΔΕΛΦ ΔΗΜ en Philippus, of 80 gouden ducaten, waar op het medaillon direct zal volgen, of schoon niet met mijn volkomen genoegen. Indien Uwe na de ontfangst van het medaillon rouwkoop zoude mogen hebben is de koop of ruil direct te niet. De voorschr. tijt verloopen zijnde zal ik de penning bewaaren tot zo lang mij eene gelegenhijt zal voorkoomen om dezelve tegen important Griex goud te ruilen. Waar mede blijve altoos, wel eedle Heer en Vriend, Uwes ootmoedige en gehoorsaeme dienaer. Hemsterhuis. Indien de ruil of koop voortgaat zal mijn naam moeten gesecreteert blijven, want men zoude mij kwalijk konnen nemen de medaillon niet geplaats te hebben bij de twee andren. Nijmand alhier heeft dezelve gezien. (Den Haag, Museum Meermanno, Archief van Damme, 401 / 69 ; Sluis 2017, lettre 12/103, p. 135-136).

References

  1. ^  Cuper, G. (1743), Lettres de Critique, de Litterature, d ́Histoire, etc, ecrites a divers savans de l’Europe, Amsterdam.
  2. ^  Sluis, Jacob van (2017), François Hemsterhuis. Briefwisseling met overige correspondenten. Hemsterhusiana, volume 12, Groningen