François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1785-4-8

From Fina Wiki


François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1785-4-8
FINA IDUnique ID of the page  8744
InstitutionName of Institution. The Hague, Koninklijke Bibliotheek
InventoryInventory number. 129 A 27
AuthorAuthor of the document. François Hemsterhuis
RecipientRecipient of the correspondence. Pieter van Damme
Correspondence dateDate when the correspondence was written: day - month - year . April 8, 1785
PlacePlace of publication of the book, composition of the document or institution. The Hague 52° 4' 29.82" N, 4° 16' 10.85" E
Associated personsNames of Persons who are mentioned in the annotation. Arnout Vosmaer, Adelheid Amalia von Schmettau, Frederic count of Thoms
LiteratureReference to literature. Sluis 2017, lettre 12/144, p. 208-2101
KeywordNumismatic Keywords  medals, manuscript, drawing
LanguageLanguage of the correspondence Dutch
LinkLink to external information, e.g. Wikpedia https://www.rug.nl/library/heritage/hemsterhuis/brieven
Map
Loading map...
Grand documentOriginal passage from the "Grand document".

-Lettre du 8 avril 1785 (de Den Haag) : « Wel eedle Heer en waarde Vriend, Het was mij ten uitersten leed eenige weken geleeden te verneemen dat Uwe veele dagen alhier had doorgebragt zonder mij met een bezoek te hebben vereert. Intusschen heb ik alles met voorsigtighijt omtrent de bewuste medaille te werk gestelt, en ben zelf niet buiten hoop; dog echter gelove ik dat het nog alzo gemakkelijk zoude zijn den Hr Vosmaer te beweegen van alle zijne antique medailles af te zien waarover ik hem bereids meermaalen onderhouden heb, en tot dat einde hadde ik wel verlangt om eene vrede tusschen Uwe en hem te bemiddelen, waar door beiden in mijne tegenswoordighijt over het een of ander zoude hebben kunnen over eenkomen. Daar is een medaille voor de Oost Indische Compagnie vervaardigt voor den Hr. De Suffren. Van dezelve is een in het goud geslagen voor dien Heer, drie in het zilver voor Zijne Hoogheid en de Compagnie en drie in het koper voor mij. De stempel die nog bij mij berust werd terstont gebrooken. Een der twee goede kopren zal ik Uwe bij eerste gelegenhijt doen toe komen. Op de derde kopre begaf de stempel zig reeds, weshalven deeze penning voor raar kan doorgaan. Wat nu de Catalogue de pierres gravées etc. betreft, ik heb nimmer in mijn leeven dergelijk een stuk geschreeven, dan alleen een klad voor eigen gebruik, dewelke nog bij mij berust, en een copij dier klad, dewelke benevens de steenen thans bij Mevrouw de Princes van Galitzin werd bewaart. Weshalven ik Uwe vriendelijk versoek dit stuk en de hand van het zelve te examineeren, na de prijs te verneemen, en bij mogelijk mij het gezigt van hetzelve voor een dag te bezorgen. Het zoude mij niet zeer verwonderen indien Uwe bevond dat het Manuscript een Catalogue behelsde van steenen van den Graaf Thoms die in ’s Princen-Cabinet zijn gekomen. Zodanig stuk heb ik geschreeven in een dun ingenaeit foliantje met teekeningen op de kant, en ik herinner mij nu het zelve voor eenige jaaren te hebben geleent aan zeker Heer, die ik echter niet wil verdenken van zo verre gaande indiscretie, zonder daar toe de wettigste reedenen te hebben. Hebbe de eer te zijn met alle agting en waare gevoelens van vriendschap, wel eedle Heer en waarde Vriend, Uwes ootmoedige en gehoorsaeme dienaer. Hemsterhuis » (Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 129 A 27; Sluis 2017, lettre 12/144, p. 208-210).

References

  1. ^  Sluis, Jacob van (2017), François Hemsterhuis. Briefwisseling met overige correspondenten. Hemsterhusiana, volume 12, Groningen