François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1781-1-15

From Fina Wiki
Revision as of 16:51, 27 October 2020 by FDeCallatay (talk | contribs)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)


François Hemsterhuis - Pieter van Damme - 1781-1-15
FINA IDUnique ID of the page  8736
InstitutionName of Institution. The Hague, Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum
InventoryInventory number. Archief van Damme 401, f° 72
AuthorAuthor of the document. François Hemsterhuis
RecipientRecipient of the correspondence. Pieter van Damme
Correspondence dateDate when the correspondence was written: day - month - year . January 15, 1781
PlacePlace of publication of the book, composition of the document or institution. The Hague 52° 4' 29.82" N, 4° 16' 10.85" E
Associated personsNames of Persons who are mentioned in the annotation. Johan Herman Sigismund van Nagell
LiteratureReference to literature. Sluis 2017, lettre 12/111, p. 144-1451
KeywordNumismatic Keywords  greek, egypt, ptolemies, gems, gem price
LanguageLanguage of the correspondence Dutch
LinkLink to external information, e.g. Wikpedia https://www.rug.nl/library/heritage/hemsterhuis/brieven
Map
Loading map...
Grand documentOriginal passage from the "Grand document".

-Lettre du 15 janvier 1781 (de Den Haag) : « Wel eedle Heer en Vriend, Hebbe Uwe beide missiven van den 12den en 14den dezer benevens de inleggende, die hier te rug gaan wel ontfangen en blijf Uwe dankbaar voor de aangewende moeite. Ik zal gaarn de 5 à 6 exemplaaren van l’Homme etc. op best papier voor f 5-5, en 6 exemplaaren tegens f 2-10 het stuk ontfangen, als mede de Lettre sur les desirs de 6 voor f 25. De verrekijkertjes van den Heer Van Deijl waar van Uwe melt zijn juist de geene dewelke ik verlangde. Zie hier hoe het zig met de Ptolomaeus heeft toegedragen. Eenige weken geleden bij den Heer Nagel edelman van Z.D.H. spijzende, zeide hij mij dat zekre Freule die hij niet noemde een doosje met steenen bezat, en hem versogt had hetzelve aan mij te willen vertoonen. Het doosje wierd gehaalt en ik vond in het zelve 80 à 90 steentjes alle Egyptische en te samen naar mijn begrip f 3 waardig. Onder deeze steentjes bevond zig tot mijne verwondering de kleine Ptolomaeus. Ik wilde mijn verwondering niet openbaeren, dog zeide enkel dat tot mijne leedwezen de steentjes nietwes waardig waaren, dog dat ik voor het penningje nog wel 3 ducaten zoude willen geven, het welk ad notam genomen wierd. Zeedert ziek wordende, zodanig dat ik heeden voor het eerst wederom zal uitgaan, is die zaak alzo gebleeven, dog nu zal ik den Hr. Nagel, die mijn nabestaande is door huwelijk nader spreeken en tragten het penninkje magtig te worden tot zo gering een prijs als mij mogelijk is, en ik zal 6 ducaten bieden. Zo ras ik hier van bescheid hebbe zal Uwe terstont schrijven, en in gevalle van succes, het penningje toe zenden. Hebbe de eer met hoogagting te zijn, wel eedle Heer en Vriend, Uwes ootmoedige en gehoorsaame dienaer. Hemsterhuis. s’ Hage, den 15den jan. 1781 » (Den Haag, Museum Meermanno, Archief van Damme, 401 / 72 ; Sluis 2017, lettre 12/111, p. 144-145).

References

  1. ^  Sluis, Jacob van (2017), François Hemsterhuis. Briefwisseling met overige correspondenten. Hemsterhusiana, volume 12, Groningen